Thierry Baudet op de IJzerwake 2014Dames en Heren,

Toen ik aangaf te hebben toegezegd om hier te komen spreken werd ik direct vanuit allerlei kanten benaderd en bekritiseerd. Het zou niet goed zijn voor mijn ‘reputatie’ om hier te komen; het zou ‘slecht op me afstralen’ omdat hier ook mensen zouden komen met opvattingen die ik niet deel.

Een buitengewoon vreemde opvatting, als je erover nadenkt. Ik spreek overal, en ook als ik zou worden uitgenodigd door de groepen die mij nu verwijten dat ik hier kom spreken, zou ik komen. Ik probeer een onafhankelijk denker te zijn, en daar hoort bij: altijd en met iedereen in gesprek zijn. Een cordon sanitaire is een vorm van intellectueel fascisme. En bovendien leidt het tot luiheid, omdat je dan nooit met andere opvattingen in aanraking komt.

Ik doe daar dus niet aan mee. En ik zal daar ook nooit aan meedoen. Ik laat me niet intimideren en ik laat anderen niet bepalen waar en met wie ik over welk onderwerp wel of niet mag praten. Ook als radicale moslims me zouden uitnodigen zou ik komen. Ook als Obama me zou uitnodigen zou ik komen. Zelfs met Guy Verhofstadt en Bart Staes ga ik in gesprek.

Dat betekent dus ook dat ik hier niet sta omdat ik het met alles eens ben wat anderen hier naar voren brengen; ik sta hier omdat ik ben uitgenodigd om mijn eigen gedachtes naar voren te brengen. Daarvoor is dan ook niemand anders verantwoordelijk dan ikzelf, zoals u ook zelf verantwoordelijk bent voor uw eigen ideeën. Ja, iemand verantwoordelijk houden voor de woorden van een ander komt neer op het uitvoeren van collectieve straffen zoals we die alleen nog in de Middeleeuwen kenden.

Bizar dat juist het deel der natie dat zichzelf ‘weldenkend’ noemt op deze barbaarse wijze tewerk gaat!

Ik wil met u graag enkele gedachtes delen over nationalisme, oorlog en het Europese project. Voorstanders van de Europese eenwording bedienen zich van vele vreemde, zo niet onbegrijpelijke argumenten. Eén daarvan is dat eenwording tot ‘welvaart’ zou leiden. Dit wordt steeds moeilijker te geloven. Een ander argument is dat die eenwording de ‘democratie’ zou dienen. Maar democratie is per definitie onmogelijk op Europees niveau omdat er geen Europees volk bestaat. Ook de nationale democratie wordt door het Europese project ondermijnd. Toen de Fransen en de Nederlanders in 2005 ‘nee’ zeiden tegen de voorgestelde ‘Grondwet’ werd deze gewoon lichtjes gewijzigd en vervolgens alsnog doorgedrukt. Toen de Griekse premier Papandreou een referendum wilde houden om de Brusselse bezuinigingen aan het volk voor te leggen, werd hij uit zijn functie gezet.

Jarenlang beweerde het pro-EU kamp bovendien dat de euro geen politieke unie zou eisen. Het zou slechts een ‘technische’ ingreep zijn zonder al te veel consequenties. In de bestuurlijke top wist iedereen dat dit onzin was. Zo gaf Romano Prodi, voorzitter van de Europese Commissie tussen 1999 en 2004, onlangs toe: ‘de moeilijke momenten waren voorspelbaar. Toen we de euro creëerden was mijn bezwaar als econoom (en ik besprak dit met Kohl en met alle andere staatshoofden): hoe kunnen we een gemeenschappelijke munt hebben zonder gedeelde financiële, economische en politieke pijlers? Het verstandige antwoord was: voor nu hebben we deze sprong voorwaarts gemaakt. De rest zal volgen.’
Het is om koud van te worden.

Maar het meest schokkend is nog altijd de verklaring die voor het megaproject wordt gegeven; de achterliggende reden, het alles overstijgende motief. De reden dat ze dit zo graag willen: dat ‘nationalisme’ tot oorlog leidt en ‘Europese eenwording’ tot vrede. Dit is een van de meest curieuze wendingen in de politieke geschiedenis van de moderne tijd. Het idee dus, dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog voort zouden zijn gekomen uit nationalisme, en dat het de ontstijging is van dit streven waar de vrede uit voortkomt.

Ik zat enige tijd geleden de dagboeken door te bladeren van de Franse fascistische schrijver Pierre Drieu la Rochelle – overigens een erg interessante en gevoelige auteur – en het wemelt daarin van de passages waarin hij de naties dood verklaart, waarin hij zegt dat een verenigd Europa de toekomst heeft. Hij is geen uitzondering. Zowel fascisme als nazisme waren expliciet op Europese eenwording gericht. Mussolini had al in 1933 aangegeven dat hij geloofde dat – en ik citeer – “Europa opnieuw de helmstok van de wereldheerschappij kan opnemen wanneer het een zekere mate van politieke eenheid kan ontwikkelen.” Zo ook zijn minister van Onderwijs, Giuseppe Botai, die geloofde dat – en ik citeer weer – “nationalisme de uitdrukking is van een politieke vorm die zijn tijd heeft gehad.” Alberto de Stefani, minister van financiën onder Mussolini begin jaren ’20, meende dat “nationalisme Europa tegen zichzelf heeft gekeerd” en daarom pleitte hij voor “een Europese Unie.”

De Noorse collaborateur Vidkun Quisling zei dat “we een Europa moeten creëren dat haar bloed en kracht niet verspilt aan moorddadige conflicten, maar een compacte eenheid vormt”. Seyss-Inquart, de Rijkscommissaris van Hitler in Nederland, geloofde dat “voorbij de natiestaten” een “nieuwe gemeenschap” gevormd zou worden, “een nieuw Europa van solidariteit en samenwerking tussen haar volkeren.” Op 11 september 1940 stelde Joseph Goebbels: “ik ben ervan overtuigd dat men over vijftig jaar niet langer zal denken in termen van landen”, en dat “de Europese volkeren zich er steeds meer van bewust worden dat veel van de problemen tussen hen slechts familieruzies zijn in het licht van de grote problemen die inmiddels tussen continenten moeten worden opgelost.”

In een memorandum stelde NSDAP partijsecretaris en parlementslid Karl Megerle namens het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken een aantal ‘richtlijnen’ voor het ‘nieuwe Europa’ op, waaronder dat – en ik citeer – ‘de eenwording van Europa zich reeds toonde als onvermijdelijke ontwikkeling in de ijzeren wetten van de geschiedenis [...]. De nieuwe orde in Europa zal de motieven die in het verleden leidden tot de interne Europese oorlogen grotendeels wegnemen. De landen van Europa zullen niet langer elkaars vijanden zijn. Het tijdperk van Europees particularisme is dan voor altijd voorbij.’ Einde citaat.

In een gesprek dat Adolf Hitler op 28 november 1941 met de Finse minister van Buitenlandse Zaken had, merkte Hitler op dat “het langzaamaan duidelijk werd dat de landen van Europa bij elkaar horen als een grote familie.” De aantekeningen van dat gesprek vervolgen: “[Hitler] behoorde niet tot degenen die bereid waren een belangrijke taak waar ze zich voor gesteld wisten aan het lot over te laten. Het samenbrengen van de Europese familie moest nu gebeuren. Met de moderne militaire technologie konden kleine landen niet langer onafhankelijk van elkaar bestaan.”

In zijn toonaangevende studie naar Naties en Staten (1977) concludeert Oxford historicus Hugh Seton-Watson dat er weliswaar nationalisme bestond in Duitsland en Italië; maar “het is ook duidelijk dat de doelstellingen van Hitler niet beperkt bleven tot iets dat kan worden omschreven als Duits nationalisme, zelfs al wordt de betekenis van het woord tot het uiterste opgerekt. Zijn doel was om heel Europa en een flink stuk land daarbuiten te veroveren. Mussolini had tot doel een nieuw Romeins rijk rond de Middellandse Zee te vestigen, [en] de Japanners wensten een grote Oost-Aziatische welvaartssfeer die honderden miljoenen mensen zou omvatten die geen Japanners waren.”

Ook het racisme van de Duitsers was geen uitdrukking van nationalisme. Integendeel. Ras overstijgt de grenzen van de natie en van de staat, en de racistische theorie is dus per definitie een internationale – niet-nationale – doctrine.

Opvallend is bovendien dat Robert Schuman, één van de ‘founding fathers’ van het Europese project, tot 17 juli 1940 staatssecretaris was voor het Vichy-regime dat collaboreerde met de Duitsers. Als afgevaardigde van Lotharingen had hij in 1938 het verraad van München actief gesteund, en zo de annexatie door Hitler-Duitsland van een deel van Tsjechoslowakije medemogelijk gemaakt. In die tijd drong hij er bovendien op aan dat Mussolini en Hitler hun banden zouden aanhalen. Op 10 juli 1940 was Robert Schuman één van de afgevaardigden die Pétain steunden in zijn machtsgreep. Jean Monnet, een andere ‘founding father’, zat ondertussen in Londen, en poogde te verhinderen dat De Gaulle dagelijkse radioberichten uitstuurde (wat op 20 en 21 juni 1940 ook lukte). De Gaulle – kampioen van de nationale democratie – en Monnet zouden altijd een grote vijandschap jegens elkaar behouden.

Behalve de Tweede Wereldoorlog wordt ook de Eerste Wereldoorlog – vandaag honderd jaar geleden – geweten aan ‘nationalisme’. Maar ook in de Eerste Wereldoorlog was het Duitse doel niet slechts het verdedigen of uitbreiden van de Duitse nationale staat, maar alweer het onderwerpen van niet-Duitse delen van West- en Midden-Europa aan een imperium. Deze oorlog was bovendien begonnen in het pan-nationale kruitvat Oostenrijk-Hongarije. Deze Europese Unie avant la lettre weigerde onafhankelijkheid te verlenen aan de Bosnische Serven, en dit motiveerde een groep ‘jonge Bosniërs’ om de moord op aartshertog Franz-Ferdinand te plannen tijdens diens bezoek aan Sarajevo in juni 1914.

De Serven waren ondertussen zeker niet het enige volk binnen het multinationale Habsburgse rijk dat streefde naar onafhankelijkheid. Onderdrukking door centralistisch bestuur leidt tot spanningen. En daar weten jullie als Vlamingen natuurlijk alles van.

Eén van de belangrijkste lessen die werden getrokken uit de Eerste Wereldoorlog was dan ook het ‘beginsel van zelfbeschikking’ – bijvoorbeeld uitgedragen door de Amerikaanse president Woodrow Wilson. Zelfbeschikking bepleit respect voor de verschillende nationaliteiten, in plaats van hen te willen ontbinden of te doen opgaan in een groter geheel.

Gaan we nog verder terug in de geschiedenis dan zien we wederom dat niet ‘nationalisme’, maar imperialisme en het verlangen naar Europese eenwording tot oorlog leidt. Neem de Napoleontische oorlogen, die vrijwel direct volgden op de Franse Revolutie en de ineenstorting van het ancien régime, die bijna twintig jaar omspannen en vele miljoenen slachtoffers vergden. Napoleons biograaf en metgezel op Sint-Helena, Las Casas, noteerde dat Napoleon “voor het nageslacht en het welzijn van Europa, dezelfde principes wilde, overal identiek, een Europees wetboek, een Europees hooggerechtshof voor alle vergissingen, zoals onze hooggerechtshoven de vergissingen van onze rechtbanken corrigeren, een gemeenschappelijke munt, dezelfde gewichten, dezelfde maten, dezelfde wetten, enzovoorts.” Napoleon verwachtte dat Europa “spoedig waarlijk één enkele natie zou worden, en iedereen, vrijelijk het continent bereizend, zou zich altijd in hetzelfde vaderland bevinden.”

Het idee dat nationalisme tot oorlog zou leiden en Europese eenwording tot vrede klopt dus niet. Evenmin heeft Europa de afgelopen halve eeuw ‘vrede’ gekend. Het grootste deel van die tijd waren de landen van Europa verwikkeld in een strijd op leven en dood met de Sovjet-Unie – de uitdrukking van opnieuw een anti-nationale filosofie: het communisme.

Al in het Communistisch Manifest leggen Marx en Engels de nadruk op de horizontale loyaliteit van klasse en marktpositie, ongebonden door grenzen, en plaatsen zij die tegenover de verticale bourgeois-loyaliteit van de natiestaat. “Nationale eenzijdigheid en bekrompenheid worden steeds minder mogelijk”, verklaart het Communistisch Manifest. “De proletariër is zonder bezit, zijn verhouding met vrouw en kinderen heeft niets meer gemeen met de familieverhoudingen in de bourgeoisie; moderne industrie-arbeid, moderne onderwerping aan het kapitaal, in Engeland hetzelfde als in Frankrijk, als in Amerika en in Duitsland, heeft hem beroofd van elk spoor van nationaal karakter.” De arbeider, zo stelt het Communistisch Manifest, heeft geen nationaliteit. Hij “heeft geen vaderland”. Verbaast het in deze context dat vele ‘founding fathers’ van de EU, bijvoorbeeld Altiero Spinelli, overtuigde Communisten waren? Eén van de hoofdingangen van het EU-moloch is zelfs naar hem vernoemd!

Sinds 1945 overheerste het communistische Sovjet-imperium een groot deel van Midden- en Oost-Europa, en bedreigde ook de nationale soevereiniteit van de West-Europese landen. Elkaar vielen deze landen tijdens de Koude Oorlog vanzelfsprekend niet aan: leden van hetzelfde voetbalteam voeren geen tackles op elkaar uit. De EU had daar verder niets mee te maken – het was in al die jaren van de Koude Oorlog een vrij onbetekende handelsorganisatie. Het is net zo irrationeel om te veronderstellen dat de EU iets met vrede te maken heeft, als wanneer je iemand in Afrika rondom een vuur ziet dansen en die dan hoort verkondigen dat dat regen veroorzaakt.

Na de val van de muur ondernam de EU steeds meer stappen om zelf een imperium te worden. Dat ging niet altijd even openlijk. Zo gaf Romano Prodi, voorzitter van de Europese Commissie tussen 1999 en 2004, onlangs toe: “de moeilijke momenten waren voorspelbaar. Toen we de euro creëerden was mijn bezwaar als econoom (en ik besprak dit met Kohl en met alle andere staatshoofden): hoe kunnen we een gemeenschappelijke munt hebben zonder gedeelde financiële, economische en politieke pijlers? Het verstandige antwoord was: voor nu hebben we deze sprong voorwaarts gemaakt. De rest zal volgen.”

Maar zoals te verwachten leidt ook nu de poging Europa politiek te verenigen tot grote spanningen. In bijna alle Europese landen zien we de opkomst van anti-establishmentpartijen die het politieke midden serieus destabiliseren. Anti-Duitse sentimenten in Zuid-Europa zijn sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog niet zo sterk geweest als nu. In Griekenland is sprake van straatmilities, buitenlanders worden spontaan in elkaar geslagen. In Noord-Europa ontstaat steeds meer wantrouwen jegens het Zuiden. Minachtende aanduidingen als ‘knoflooklanden’ komen op.

Zo is wederom niet nationalisme, maar het Europese project van conflict. Om een explosie zoals die van Oostenrijk-Hongarije in 1914, en die van Joegoslavië begin jaren ’90 te voorkomen, moeten we toe naar een heel ánder Europa dan dat van de huidige EU.

Een Europa niet van centralistisch bestuur – maar een Europa van samenwerkende natiestaten die niet bang zijn voor de nationale verschillen. Geef de landen zeggenschap over nationale grenzen terug zodat ze zelf kunnen bepalen wie ze binnen laten. Hun economisch belang zal hen doen kiezen voor een liberaal visastelsel, terwijl ze niettemin controle kunnen houden over criminaliteit en immigratie. Ontbind de euro zodat landen weer monetair kunnen ademen en hun rentevoet kunnen bepalen aan de hand van de efficiënte koers voor hun lokale conjunctuur.
Verre van een bron van oorlog, is nationalisme de kracht die de democratische rechtsstaat mogelijk maakt. Zonder die bindende kracht kan het parlement nooit legitieme besluiten nemen. Het Belgische voorbeeld illustreert bovendien dat gebrek aan nationale eenheid het bestuur van een land uiterst moeizaam kan maken. Daarom: gun de Vlamingen een onafhankelijke staat. Ontbind België. Versterk de Vlaams-Nederlandse cultuurgemeenschap. En vooral: ontbind de Europese Unie.


Dank voor de aandacht!

Thierry Baudet, gastspreker
24 augustus 2014

Affiche IJzerwake 2017