Van Frontbeweging over bedevaarten aan de IJzer naar de IJzerwake

De Eerste Wereldoorlog

Na de inval door het Duitse leger trok het Belgische leger zich terug achter de IJzer, dankzij onderwaterlating en hevig verzet. In dit leger werden de Vlamingen vanuit een Franstalig/unitair kader geleid, met minachting behandeld en in het Frans gecommandeerd.  De Vlaamsbewusten organiseerden zich, eisten een menswaardige behandeling van de Vlamingen en werden daarvoor gestraft met degradatie en strafkampen.  De Frontbeweging was het georganiseerd verzet van de Vlaamse soldaten tegen de behandeling als tweederangsburgers van de Vlamingen in    het Belgische leger aan het IJzerfront.

Vlaamse soldaten die sneuvelden kregen van de Belgische overheid een zerk opgedrongen.  In 1916 werd de Heldenhulde gestart.  Joe English ontwierp de zerk voor gesneuvelde Vlamingen: een Keltisch kruis, met opschrift AVV-VVK (Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus).

De zerkjes werden geplaatst op het graf van honderden Vlaamsgezinde gesneuvelde soldaten.  De Belgische staat antwoordde met haat en geweld.  In de nacht van 9 op 10 februari 1918 werden de zerkjes een eerste keer geschonden door de letters ervan met cement dicht te smeren.  Op 26 mei 1925 werden honderden zerkjes op bevel van de Belgische regering kapotgeslagen om er een weg mee aan te leggen.  De brokstukken werden door Vlaamsgezinden verzameld en kan je nu nog zien aan weerszijden van de weg naar de IJzertoren.

Ontstaan van de ‘Bedevaarten naar de Graven van de IJzer’

Meteen na afloop van de oorlog ontstond vanuit kringen van de Frontbeweging het initiatief voor de eerste bedevaarten.  Zoals de naam het zegt ging het om een herdenking in de traditie van de christelijke bedevaarten, waarbij men zich naar een plek begeeft om iemand hulde te betonen, deelneemt aan een misviering, en in ruil goddelijke zegening bekomt.  Het doel van de bedevaarten was meteen tweeledig:  het herdenken van de gevallen Fronters (soldaten) en het uiten van de bekommernis voor de toekomstige ontwikkeling van Vlaanderen.

Aanvankelijk vonden de bedevaarten plaats naar het graf van gesneuvelde soldaten.  De eerste Bedevaarten vonden respectievelijk plaats in Veurne / Steenkerke (1920), Steenstraete (1921), Westvleteren (1922) en Oeren-Alveringem (1923).

Daarna steeds in Kaaskerke (Diksmuide), waar een groot stuk grond werd gekocht.  Er werd dan een komitee gesticht, dat de bedevaarten zou gaan organiseren. Dr. Jozef Goossenaerts en Clemens de Landtsheer waren de initiatiefnemers van dit komitee.

De IJzersymbolen:  hiermee bedoelt men een aantal personen en symbolen die het belangrijkst zijn in de traditie van de bedevaart naar de IJzer.  Op vele latere IJzerbedevaarten werd hulde gebracht aan een aantal geïdentificeerde ‘IJzerjongens’, die symbool stonden voor de duizenden andere gesneuvelden.  We vernoemen: Renaat de Rudder, Joe English, Edward en Frans van Raemdonck, Lode de Boninge, Frans van der Linden, Firmin Deprez, Bert Willems en Juul de Winde .

Als symbolen gelden in de eerste plaats de IJzertoren zelf, de ‘Steen van Merkem’ (waarop gekalkt staat: “Hier ons bloed, wanneer ons recht?”) en de vlaggen der oudstrijdersgroepen.

Als belangrijk symbool werden vanaf het begin ook de drie ordewoorden : Nooit meer oorlog, Zelfbestuur en Godsvrede gebruikt.  Deze drie begrippen werden gedistilleerd uit de belangrijke politieke documenten die de Frontbeweging tijdens de oorlog liet verschijnen.  Nooit meer oorlog duidt op de wens gewapende conflicten te vermijden en/of het streven naar wereldvrede;  zelfbestuur is de strijd voor een onafhankelijk Vlaanderen en de afschaffing van de Belgische staat;  Godsvrede is de wens om met alle Vlaamsgezinden samen te werken voor Vlaanderen, ongeacht politiek, ideologische of religieuze verschillen.

Ook de afkorting AVV-VVK is uiteraard een IJzersymbool:  het staat voor ‘Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus.’

De IJzertoren: Deze toren staat in Diksmuide.  Na de eerste bedevaarten naar de IJzer, waarvan één van de eersten in Steenstrate bij Ieper plaatsvond, is dit de plaats waarrond men vanaf 1924 steeds de Bedevaart hield tot de IJzerwake vanaf 2003 de traditie verderzette, opnieuw aan het monument voor de gebroeders Van Raemdonck in Steenstrate, deelgemeente van Ieper.

De Eerste Toren, die intussen vernield is, werd gebouwd vanaf 1926.  In 1926 werd de eerste paal in de grond geheid. In 1930 werd de afwerking gevierd. Deze eerste Toren,  50 meter hoog, werd in de nacht van 15 op 16 juni 1946 opgeblazen.  De daders waren geniespecialisten van het Belgische leger; het onderzoek naar de daders werd door het Belgische gerecht vakkundig gesaboteerd, en de daders werden dus nooit veroordeeld.

De dynamitering was het symbolische hoogtepunt van de ‘repressie’, de poging van de Belgische staat om na de Tweede Wereldoorlog eens en voorgoed een einde aan de Vlaamse beweging te maken.  In de operatie pasten massale veroordelingen, folteringen, executies, verbanningen, inbeslagnames, beroepsverboden en dus ook het vernielen van monumenten.

De Vlaamse beweging kwam echter terug.  In 1952 werd de bouw van een nieuwe Toren aangevat; die bouw zou duren tot 1965.  Hij werd 84 meter hoog, en werd gefinancierd door Vlamingen en Vlaamse verenigingen, waarvan de namen nog steeds te lezen zijn op de ingemetselde stenen in de IJzertoren.  Onder hen bv. ook het Vlaams nationaal Jeugdverbond (VNJ), dat nu voluit de IJzerwake steunt.

In vier talen werd op de toren aangebracht : “Nooit meer oorlog” en in de kruiskop het AVV-VVK.

Het AVV-VVK: Deze slogan, die vele Vlaamsgezinden tot de hunne nemen, betekent voluit : Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Kristus.  Deze slogan ontstond door Frans Drijvers (1858-1914), priester in Willebroek en actief in de Vlaamse studentenbeweging.  Doordat Joe English daarmee de grafzerkjes ontwierp, werd dit tot een IJzersymbool.  De betekenis mag niet enkel religieus gezien worden, maar behoort tot het erfgoed van strijdend Vlaanderen. Het ligt vele actieve Vlaamsgezinden heel nauw aan het hart, of ze nu overtuigd katholiek zijn, of niet.

Doelstellingen van de 100-jarige bedevaarttraditie

Oorspronkelijk ontstaan exclusief uit de Frontbeweging streefden de bedevaarten als manifestatie naar de behartiging van de belangen van de oud-Frontstrijders.  Tevens werd daaraan toegevoegd, als afkeer voor de gruwel die men aan het front ervaren had, de strijd om wereldvrede: het ‘nooit meer oorlog’.  Zowel snel na W.O.I als na W.O.II werd daaraan ook de doelstelling van de Vlaamse Beweging toegevoegd: zelfbestuur.  Dit gaf aanleiding tot een verschil in strategie: diegenen die weinig of niets wilden, de minimalisten, tot diegenen die een eigen zelfstandig Vlaanderen wilden, de maximalisten.  IJzerwake plaatst zichzelf duidelijk in de laatste traditie:  wij willen Vlaamse onafhankelijkheid, wij zeggen “VLAANDEREN EERST”.

Betekenis binnen het tijdskader:  De bedevaarten aan de IJzer hebben hoogtes en laagtes gekend.  Op een bepaald hoogtepunt waren er honderdduizend deelnemers. In de periode net voor de tweede wereldoorlog en de periode van de 50-er en 60- jaren, werd er sterk geluisterd naar de moreel-ethische boodschap vanop de bedevaartweide.

In de daaropvolgende decennia verwaterde de boodschap in Diksmuide sterk.  Onder invloed van de mei-68-doctrine werd het ‘nooit meer oorlog’ van de Fronters, gericht tegen gewapende conflicten tussen landen en legers, omgevormd tot een volledig afkeuren van krachtig verzet tegenover Belgische mistoestanden.  Een deel van de strijdbare Vlaamse beweging kon zich hierin niet vinden.  Ook de Fronters hadden zich aan het front, terecht, met acties en protest verzet tegen Belgisch onrecht.

Daarop entte zich ook vanaf de jaren ’90 van de 20e eeuw de nieuwe discussie over immigratie en islamisering.  Een deel van de Vlaamse beweging onderkende het gevaar dat met de massale immigratie gepaard ging, en verwachtte dat de Vlaamse beweging zich ook daar zou inzetten voor het behoud van identiteit, taal en cultuur.  Maar de minimalisten, die sterk stonden binnen het IJzerbedevaartkomitee, namen het Belgische discours over ‘extreemrechts’ en ‘racisme’ over, en besloten de derde pijler van de Godsvrede – de samenwerking tussen alle Vlaamsgezinden – overboord te gooien.

Op 11 juli 1994 verscheen in de krant De Standaard de tekst ‘Vlaamse vrienden, laten we scheiden’, ondertekend door Herman d’Espallier, Rob Eykens en vooral Paul De Belder, toen ondervoorzitter van het IJzerbedevaartkomitee.  Daarmee werd vanuit de minimalistische, eerder linkse vleugel van het toenmalige IJzerbedevaartkomitee de oorlog verklaard aan de maximalisten, die wilden vasthouden aan de Vlaamse strijdbaarheid van de IJzerbedevaart. Het woord ‘Godsvrede’ werd nadrukkelijk geschrapt, en vervangen door het linksgetinte ‘verdraagzaamheid’.  Ook dat was een duidelijke provocatie, nu in die tijd door het Belgische regime grote optochten ‘voor verdraagzaamheid’ werden gehouden, gericht tegen het Vlaamsnationale verzet tegen open grenzen en massa-immigratie, dat aan invloed won. De toenmalige voorzitter van het Bedevaartkomitee, Lionel Vandenberghe, weigerde zich van de tekst te distantiëren, en voltrok zo mee de breuk.

Van de ‘Groep van Gent’ tot de IJzerwake

Op 4 augustus 1994 verscheen in De Standaard een ‘vrije tribune’ waarin veertien leden van het Bedevaartcomité, Jan Jambon (voorzitter Overlegcentrum Vlaams Verenigingen), Peter de Roover (voorzitter Vlaamse Volksbeweging), Hugo Portier (voorzitter ANZ) en Lieven van Gerven (voorzitter Davidsfonds) zich distantieerden van het artikel van d’Espallier, De Belder en Eykens. De tekst werd geschreven tijdens een bijeenkomst in het lab van prof. Michiel Debackere in Gent.

De IJzerbedevaart kende dat jaar nog een rustig verloop, maar in 1995 zetten Paul De Belder en co opnieuw de aanval in:  4 radicale Vlaamsnationalisten werden uit het IJzerbedevaartcomité weggezuiverd. Een van hen was Michiel Debackere. Uit protest namen daarop tien andere radicale Vlaamsnationale comitéleden ontslag.

De rest is geschiedenis.  De radicale Vlaamsnationalisten houden de 100-jarige traditie van de bedevaarten aan de IJzer in ere, niet meer in Diksmuide, maar – net als tijdens de eerste bedevaartjaren – in Steenstraete, deelgemeente van Ieper.  En zo werd een eerste keer in 1995, en daarna vanaf 2003, de 100-jarige traditie van de bedevaarten naar de graven aan de IJzer voortgezet met de jaarlijkse IJzerwake.