Trouw aan het IJzertestament

Fotoverslag & YouTube video's

IJzerwake 1995Op 27 augustus 1995 organiseerde het VNJ de eerste IJzerwake te Steenstrate. Die kende een groot succes en achteraf vielen er heel wat positieve reacties te noteren uit heel de Vlaamse Beweging én in de pers.

Hier een samenvatting van het verslag dat toen in Storm verscheen.

Na een geslaagd protest van de Werkgroep radicalisering op de rechteroever trokken enkele duizenden bedevaarders naar Steenstrate waar de VNJ-ordedienst alles in goede banen leidde. Stekebees, Piston en de herauten zorgden voor de omlijsting. Ledy Broeckx, toen Verbondsleidster, hield een stevige toespraak en ook andere VNJ’ers droegen hun steentje bij: de kleinsten bij de bloemenhulde, de vaandrigs bij de indrukwekkende apotheose, verschillende leiders en leidsters bij de voorbereiding, de regie en het schrijven en voordragen van de bindteksten. Hoogtepunt was de strijdrede van Clem de Ridder waar met veel aandacht naar geluisterd werd, ook door meerdere ex-komiteeleden en prominenten uit de Vlaamse Beweging.

Deze IJzerwake mocht zeker een succes genoemd worden. Na afloop bleek dat meer dan 3500 kentekens verkocht waren. Ook de geschreven pers bracht vrij positief verslag uit. Gazet van Antwerpen zag zowat 4000 deelnemers en vermeldde terecht dat het niet ging om een alternatieve bedevaart maar merkte wel op dat de toespraken stevige kritiek aan het adres van het Komitee bevatten.

Toespraak Clem De Ridder

Clem De Ridder, 1995

VNJ’ ers,

Vrienden van het VNJ,
Ik sta hier namens niemand.
Ik spreek tot u namens niemand.
Ik sta en spreek hier alleen uit persoonlijke waardering en sympathie voor het VNJ, dat mij, Oudstrijder in de Vlaamse Beweging, erom verzocht.

Deze IJzerwake is geen manifestatie tegen iets. Bijgevolg zijn de woorden die ik hier wens te zeggen niet gericht tegen iemand; ze zijn gericht tot u, VNJ’ ers en vrienden van het VNJ. Zo past het, dunkt mij, op deze plaats. Dit neemt niet weg, dat ik Anton van Wilderode nazeg: “Ik adem mijn eigen aarde”.

De Verbondsleiding van het VNJ heeft ons opgeroepen om deze IJzerwake te houden bij het gedenkteken van de Gebroeders Frans en Edward van Raemdonck. Door hun legendarische dood leven zij verder als symbool van de broederliefde. Door hun Vlaamse standvastigheid tot het einde werden zij ook het symbool van de trouw.

Enkele maanden voor zijn dood sprak Frans van Raemdonck deze woorden: “We zullen ons Vlaanderen schoner maken. Tot alles moeten wij bereid zijn ten bate van ons Volk. Tot alles. Als ik ooit val, dan zal mijn laatste gedachte, mijn allerlaatste gevoel er één zijn voor Vlaanderen, voor ons Vlaamse Volk”.

Vandaag, 78 jaar later, staan wij hier. Voor datzelfde Vlaanderen. Voor datzelfde Vlaamse Volk. Nog altijd, omdat het vrije en schone Vlaanderen waarvan de Gebroeders van Raemdonck en de IJzersoldaten droomden, nog niet is verwezenlijkt. Hun testament is nog niet uitgevoerd.

De kreet “Nooit meer oorlog” wordt op dit uur gesmoord door de schoten die vallen in Oost-Europa, in het Midden-Oosten, in Afrika en elders. Het verlangen naar “Godsvrede” onder de Vlaamsgezinden botst op échte en vermeende tegenstellingen, en op het morele geweld van verdachtmakingen en verwijten. Het streven naar écht “Zelfbestuur” wordt tegengewerkt door nostalgieke Belgicisten en al te vlug gepaaide Vlamingen.

De Gebroeders van Raemdonck droomden van een vrij Vlaanderen. Ze streden en stierven ervoor. In hun spoor is mijn generatie erin geslaagd belangrijke stapstenen te leggen: vanaf de ontworsteling uit de naoorlogse catacombetijd, over de vastlegging van de taalgrens en Leuven-Vlaams, tot de verovering van culturele autonomie en van een fragmentair Zelfbestuur. Het waren stapstenen. Stuk voor stuk hebben we die moeten bevechten, vaak lang en bitter, want geen enkele normalisering van dit abnormale land hebben we te danken aan de goedgunstigheid van onze Staatslieden, ook niet van de meeste Vlaamse politici, die ons al te lang en al te fel hebben bekampt.

VNJ’ ers, het zal jullie taak zijn het werk van mijn en van vorige generaties te voltooien en, in de beeldspraak van Wies Moens, Vlaanderens tinnen te kronen met eeuwige bloeiende mei.

Deze IJzerwake hebben jullie onder het mottogeplaatst “Trouw aan het IJzertestament”. Eénieder kan zich uitvoerder noemen van dat testament, en éénieder kan het interpreteren volgens eigen Godsvrucht en Vermogen. Maar één zaak staat boven elke betwisting: het IJzertestament was een radicaal programma. Op dat ogenblik en in die omstandigheden “Zelfbestuur” voor Vlaanderen eisen, was zelfs meer dan radicaal, het was revolutionair. Toch deden zij het, nog wel in bewoordingen die geen enkel misverstand toelieten. In ‘VIaanderens weezang aan de IJzer’ (van de zgn. sublieme deserteurs De Schaepdrijver en Charpentier) lezen we bv. aan het adres van de aktivisten : “In liefde en bewondering reiken de Vlaamse soldaten de hand aan hen die de stoute baanbrekers zijn geweest van Vlaanderens zelfstandigheid”. In 1918 betekende ‘zelfbestuur’ niets anders dan een ‘zelfstandig’ Vlaanderen, onder één of andere vorm. Zo werd het ook nog begrepen op de IJzerbedevaarten van 1984 en 1985, die plaats hadden onder de motto’s: “Volk, word Staat” en “Geen voogden, eigen Staat”.

Wie thans pleit voor een Zelfstandig Vlaanderen, heeft niets nieuws uitgevonden, maar zit volkomen in de traditionele interpretatie van het IJzertestament, dat wij trouw willen blijven, dat wij trouw moéten blijven.

VNJ’ ers, de doorgedreven én beredeneerde inzet voor een Zelfstandige Vlaamse Staat in Europa, is een opgave voor jullie generatie. Het zal geen gemakkelijke taak zijn en wellicht één van lange duur, want jullie zullen botsen op taaie tegenstand, zowel van het hele Belgische establishment als van bepaalde Vlaamse potentaten om niet te spreken van het onbegrip van vele Volksgenoten, die hun ideaal vinden in brood en spelen, in subculturele muziekfestivals en banale TV-producten.

De tegenstanders zullen jullie niet te lijf gaan met zinnige tegenargumenten; ze zullen pogen jullie onschadelijk te maken met verwijten en beledigingen. Dat is een trieste constante in heel onze ontvoogdingsstrijd. De taalflamiganten die in de vorige eeuw opkwamen voor het gebruik van het Nederlands in Vlaanderen – naast het Frans, wel te verstaan – werden verketterd als ondergravers van de jonge Belgische Staat. De bestuursleden van een Davidsfondsafdeling die in de jaren 30 een verzoekschrift indienden voor de bevlagging van het gemeentehuis met de Leeuwevlag, kregen als antwoord dat ze aanhangers waren van het opkomende fascisme. En wie in de jaren 60 het Federalisme voorstond, kon niets anders zijn dan revanchistische zwartzak, ook voor degenen die twintig jaar later het Federalisme canoniseerden als de zaligmakendste aller Staatshervormingen.

Wie de dag van vandaag het heil van het Vlaamse Volk ziet in een Zelfstandige Vlaamse Staat, is een antidemocraat, een ultranationalist of een rechtse extremist. Bij deze vaststelling rijzen vragen op. Was de schuchter Guido Gezelle een extremist omdat hij verlangde dat Vlaanderen het Waalse wambuis zou scheuren? Was de romantieker Albrecht Rodenbach een voorloper van het fascisme, omdat hij ‘t boeltje van ‘t jaar dertig naar de maan wenste? Was de socialist August Vermeylen een antidemocraat en racist, omdat hij in zijn ‘Kritiek van de Vlaamse Beweging’ letterlijk schreef: “De grond van de Vlaamse Beweging is de wil naar zelfstandigheid van een ras” (d.w.z. van “mensen die verbonden zijn door taal en overeenstemmende zeden”)? Was de nuchtere Maurits van Haagendoren een ultranationalist omdat hij voorhield: “Ons besluit moet zijn, dat wij de gewone man te overtuigen hebben van de geestelijke, economische en sociale noodzaak van een Zelfstandige Staat Vlaanderen”?

Geen enkel zinnig mens zal het wagen Gezelle, Rodenbach, Vermeylen, Van Haagendoren te brandmerken als rechtse extremist, ultranationalist of iets liefs van dat slag. Maar wie vandaag precies hetzelfde zegt als zij, krijgt dat brandmerk wel. Hier houdt de eerlijkheid in het discours op; hier heeft men alleen nog te doen met onverdraagzaamheid en met volksbedrog.

Jonge mensen van het VNJ, laat jullie niet verschalken door de verdachtmakingen en beledigingen van de tegenstanders, noch door de wollige raadgevingen van zogeheten welmenende wijzen. Jullie enige antwoord moet zijn: “Waar wij treden, zult gij gaan”. Een ver en nabij verleden verzekert ons, dat deze uitspraak van René de Clercq altijd opnieuw bewaarheid wordt, al weze het met min of meer vertraging, maar dan ligt niet aan ons.

En wie t.a.v. het streven naar Vlaamse Zelfstandigheid de chaos voorspelt en Bosnische toestanden, die geeft opium aan het volk en ringeloort de publieke opinie. Als het in dit land, om één of andere reden, ooit tot chaotische toestanden zou komen, dan zullen die niet veroorzaakt worden door de lijdzame Vlamingen, maar door de Waalse socialisten. Ook dat leert ons het verleden.

Het idealisme van de Gebroeders van Raemdonck en van de Frontbeweging was niet alleen gericht op een vrij Vlaanderen, maar ook op een schoon Vlaanderen. Als een ‘vrij Vlaanderen’ een ‘Zelfstandig Vlaanderen’ betekent, dan moeten wij weten dat die zelfstandigheid alleen kan ontstaan vanuit een stevig natiegevoel, en dat elk gezond natiegevoel stoelt op cultuur, in de ruime betekenis van het woord.

Politieke structuren zijn niet meer dan een raamwerk. Zij moeten opgevuld worden met idealen. Idealen die in tegenstelling staan tot machtswellust, fraude, onbekwaamheid, bekrompenheid, wancultuur.

Een Zelfstandig Vlaanderen moet er één zijn waar een Volk leeft met beschaving, met moraliteit en spiritualiteit, met eerbied voor het geestelijk erfgoed en de natuurlijke omgeving, met verdraagzaamheid ook, in alle richtingen.

Dàt Vlaanderen, VNJ’ ers, zullen jullie nooit krijgen, zeker niet gratis. Jullie zullen het moeten veroveren en zelf maken. Om dat te kunnen, zijn Vorming en Zelfvorming nodig. Vorm jullie tot mensen die in zich de kwaliteiten dragen die jullie in je Volk als geheel willen zien. Ook hier geldt de wijze spreuk: ‘Verbeter de wereld, verbeter het Vlaanderen dat je liefhebt, begin met jezelf.’

Jaren geleden droomde André Demedts van dit soort Vlaanderen toen hij dichtte: “Vlaanderen, schoon en goed willen wij U maken, én Uwe vrijheid zien voor onze dood”. Helaas, voor hem is dit vrije, goede en schone Vlaanderen niet het beloofde land geworden, maar het gedroomde land gebleven. Dit zal het ook blijven voor mij en voor heel mijn generatie, die voor het Vlaamse ideaal gestreden én geleden heeft.

Dit Zelfstandige, Schone Vlaanderen is ook het droomland gebleven voor Jetje Claessens, die bij haar laatste bezoek aan Vlaanderen tot jullie zei: “Ik hoop dat de jeugd ervoor zorgt een schone, moreel-gezonde jeugd te zijn, en de ze onze strijd verderzet, de strijd zoals Rodenbach die gedroomd heeft en zoals wij die gedroomd hebben”.

VNJ’ers, het droomland van jullie voorgangers moeten jullie maken. Hou moedig zee in jullie inzet voor een Vrij, Goed en Schoon Vlaanderen-het enige land dat ons land kan zijn.

Toespraak Ledy Broeckx

Toespraak door VNJ-Verbondsleidster Ledy Broeckx, eerste IJzerwake, 1995

Welkom op deze voorlopige eerste IJzerwake.
Welkom, wie je ook bent en van waar je ook komt.
Welkom VNJ’ers,
Welkom NSV’ers, KVHV’ers,
Welkom VOSSEN en Oostfronters,
Welkom TAKKERS, Voorposters, VVB’ers, Davidsfondsers,
Welkom Militanten en Politici, Democraten en Antidemocraten,
Welkom aan alle goede en slechte Vlamingen hier aanwezig,
Bedankt omdat je hier staat! Samen met ons. Want inderdaad, hier staan we dan:

“‘t Hoofd omhoge, vuisten sidderend, kokend bloed, maar de vlam in ‘t herte en de vlam in d’ogen”. Hier staan we dan, omdat het moet!

Zoals u weet is dit geen alternatieve IJzerbedevaart, ook geen anti-bedevaart. Deze IJzerwake wil gewoon een ingetogen hulde zijn, een ode aan de Fronters, een ode aan Vlaanderen.

In september 1920 had hier in Steenstrate de eerste IJzerbedevaart plaats. Jonge Frontsoldaten die de oorlog overleefden, kwamen hier samen om hun gesneuvelde kameraden te herdenken, met de vaste wil hun testament uit te voeren. Zij gaven hun leven, zij eisten hun recht!

Deze Frontsoldaten lieten ons een testament na. Een eerlijk en rechtvaardig testament, samengevat in drie pijlers, die voor geen enkele interpretatie vatbaar zijn: Zelfbestuur, Godsvrede, Nooit meer oorlog.

Dit alles is 75 jaar geleden. Voor ons geen reden om dat testament uit te hollen, te verkrachten, te vervalsen of af te voeren. Voor ons geen reden om het te vertalen in nietszeggende holle begrippen die je wel kan interpreteren naar eigen goeddunken. Een testament is een testament! Punt! Nu, 75 jaar later is dit testament nog steeds niet uitgevoerd. Het waarom is duidelijk: omdat wij Vlamingen zijn, en geen Ieren of Basken, geen Serviërs of Kroaten, geen Hutu’s of Tutsi’s, geen Joden of Palestijnen, zelfs geen Walen. Wij zijn brave, lieve Vlamingen, die met de glimlach elke vernedering incasseren.

Roepen wij hier nu op voor de gewapende strijd? Neen! Met wapens overtuig je geen mensen, integendeel! Enkel gefundeerde argumenten kunnen mensen overtuigen.

Maar het is wel de hoogste tijd dat we kordaat afrekenen met diegenen die verantwoordelijk zijn voor de malaise binnen de Vlaamse Beweging. We moeten kordaat afrekenen met hen die de Vlaamse Beweging verkopen voor een handvol zilverlingen. We moeten in eerste instantie kordaat afrekenen met onze tegenstanders, die beweren onze medestanders te zijn, maar die elk radicalisme verketteren omwille van een ontbijt met Jean-Luc Dehaene of een theevisite bij Luc Van Den Brande.

Het is niet de gewone man in de straat, die onverschillig staat tegenover de Vlaamse Beweging die er de oorzaak van is, dat wij nog steeds in een bezet land leven. De oorzaak ligt bij de “Groten” van de Vlaamse Beweging, de spraakmakers, de roergangers, het Vlaamse Establishment.

Onze grote leiders zetten af en toe wel eens een of andere verklaring op papier en als het niet anders kan zullen ze wel eens een Vlaamse eis formuleren. Maar als het er echt op aan komt hun nek uit te steken, kruipen ze terug in hun schelp. Zij willen zich niet compromitteren met het gewone voetvolk. Zij distantiëren zich van elk radicalisme. Ze zijn bang voor hun eigen schaduw… Vrienden, hoe lang gaan wij deze neutrale leiders nog dulden? Wij moeten hen dwingen kleur te bekennen en ons voor te gaan in de strijd voor een Onafhankelijk Vlaanderen.

Trouwens, waar staan die “Groten” vandaag? Waarom hebben zij niet het initiatief genomen om de IJzerbedevaart te redden? Waarom distantiëren zij zich ook nu weer van de meer radicalen? Waarom laten ze de kastanjes uit het vuur halen door een Jeugdbeweging? Waarom bleven zij in deze hele zaak neutraal? Waarom hebben die grote leiders niet de leiding genomen? Waarom?

Wij hebben hen uitgenodigd om samen een “Werkgroep Radicalisering IJzerbedevaart” op te richten, om een duidelijk protest te laten horen naar het lJzerbedevaatkomitee toe. Resultaat met duizend en één verontschuldigingen, maar zij konden zich niet compromitteren met de gewone basismilitant. Ook zij maakten de scheiding tussen goede en slechte Vlamingen…

Maar wie dan deze Knack gelezen heeft, zal met trots vastgesteld hebben dat Prof. lieven Van Gerven tussen de regels toegeeft, dat zij onder druk van onze werkgroep, verplicht waren om “iets” te ondernemen. Ik citeer letterlijk: “Bovendien kwam er de radicale werkgroep rond de jeugdbeweging VNJ van Ledy Broeckx”

Wij weten dat zoiets toegeven moeilijk is, maar was het nu echt nodig om daaraan toe te voegen, en ik citeer: “Die werkgroep bevat geen belangrijke groeperingen, maar veeleer groepjes met duidelijke bindingen uit de repressietijd”. Einde citaat. Willen onze “Groten” nu ook die repressietijd vergeten? Zolang er geen amnestie is zullen wij die onmenselijke Belgische repressie aan de kaak stellen!

Vlaamse Vrienden, wij weten dat het binnen de Vlaamse Beweging erg gesteld is. Maar het spreekwoord zegt: “Als de nood het hoogst is, is de redding nabij”. De jeugd heeft in ieder geval de wekroep vernomen. Wij staan paraat om het onvervalste testament van de Fronters uit te voeren.

Daar waar grote Vlaamse verenigingen het moeilijk hebben om over zeer gematigde Vlaamse eisen een eensgezind standpunt in te nemen, staan de kleine organisaties met hun radicalisme en hun trouw. Wij moeten wel één front blijven vormen tegen verloedering en vervlakking van de traditionele Vlaamse waarden. Wij moeten het oude spoor trekken. Een spoor dat vertrekt bij de Fronters en leidt naar een onafhankelijk Vlaanderen. Wij moeten België doen barsten en beven …

Samen met u, Nationalisten, met uw materiële, morele en de zo noodzakelijke financiële steun zal het VNJ verder gaan op de ingeslagen weg. Wij blijven pal in de strijd, zullen nooit versagen, zullen nooit toegeven aan nivellerende tendensen. Samen met u, Nationalisten, zullen wij ervoor zorgen dat, naar het testament van de Fronters, België verdwijnt. Wij zullen de strijd nooit opgeven. Wij blijven vechten tot Vlaanderen, Vlaanderen heet.