NU: durven met Vlaanderen!

IJzerwake 2008“Het Vlaams parlement moet zijn verantwoordelijkheid nemen en eenzijdige stappen zetten naar onze onafhankelijkheid. (…) We roepen de Vlaamse politici dan ook op om niet langer tijd te verliezen in een zoektocht naar het onvindbare compromis met de Franstaligen.” Dat was de boodschap van voorzitter Johan Vanslambrouck zondag op de zevende IJzerwake in Steenstrate.

Ruim 5.100 mensen zakten zondag af naar de weide aan het monument van de gebroeders Van Raemdonck voor de radicale Vlaams-nationale bijeenkomst die traditioneel de week voor de IJzerbedevaart plaatsvindt. Het motto van de meeting was “Nu durven met Vlaanderen”. De IJzerwake startte met een eucharistieviering, gevolgd door verschillende toespraken, samenzang en vendelzwaaien. Naast de zowat voltallige partijtop en tientallen mandatarissen van het Vlaams Belang waren er ook N-VA’ers aanwezig, onder wie Vlaams Parlementslid Mark Demesmaeker.

In de verschillende toespraken werd de huidige politieke crisis als het bewijs gezien van het feit dat de Belgische constructie niet meer functioneert. De Belgische impasse is totaal en daar ondervindt ook Vlaanderen de nadelige gevolgen van, aldus Vanslambrouck.

Door de impasse is het Vlaamse politieke bewustzijn echter ook groter geworden en het groeit nog naarmate de crisis aansleept, zo stelde Gui Celen, de toekomstige voorzitter van Pro Flandria en voorzitter van het Aktiekomitee Vlaamse Sociale Zekerheid.

Vanslambrouck waarschuwde dat de Franstaligen zich reeds op het post-Belgiëtijdperk voorbereiden. Het volstaat niet om te verklaren dat de solidariteit met Wallonië op de helling komt te staan als verdere stappen in de staatshervorming uitblijven. De Vlaamse regering moet de toezegging van 400 miljoen euro Vlaams geld voor de federale begroting intrekken en de Vlaamse politici moeten weigeren om de jaarlijkse dotatie aan Brussel voor de kosten van de meertaligheid goed te keuren omdat de meertaligheid in de praktijk onbestaande is.

Hij verwierp ook de corridor die de Franstaligen willen. “Als Brussel en Wallonië met elkaar verbonden zijn, kunnen ze bij de ontbinding van België gemakkelijk één staat vormen”, waarschuwde hij.

Voor Vanslambrouck moet het Vlaams parlement zijn verantwoordelijkheid nemen en eenzijdige stappen zetten naar onafhankelijkheid. In Vlaanderen zijn de politieke en administratieve structuren aanwezig voor een ordentelijke overgang van België naar Vlaanderen. Op geen enkele wijze kunnen Franstaligen in de rand rond Brussel aanspraak maken op het statuut van nationale minderheid. Het onafhankelijk Vlaanderen moet waar mogelijk met Nederland de krachten bundelen om samen in Europa en de wereld een rol van betekenis te spelen, luidde het nog.

Gui Celen deed een oproep om niet langer te denken in termen van België. “Vlaanderen mag zich onder geen enkel beding laten opsluiten in een ‘deelstaat’ die niets anders is dan een soort ‘onderstaat'”, zei hij. Hij pleitte voor een Vlaamse staat die in volle onafhankelijkheid rechtstreeks en “volwaardig lid is van Europa en niet verstikt wordt in het Europese Comité van de Regio’s”.

Omdat Vlaanderen er alle belang bij heeft dat ook Wallonië welvarend is, “zijn we ook bereid om, zonder enige vorm van misplaatst paternalisme, Wallonië nog een tijd lang in zijn economische heropstanding te blijven steunen”. Dat veronderstelt wel respect vanwege de Franstaligen. Dat betekent het toepassen van de taalwetgeving in Brussel, het stoppen van het Franse taalimperialisme, de pogingen tot gebiedsuitbreiding of het boycotten van de Vlaamse staat. (Bron Belga: AHO/FUL)

Toespraak voorzitter Johan Vanslambrouck

Bedevaarders,

Er ligt een staat te sterven,
die ogen hebben zien’t –
heeft menig, menig werven
een goeden dood verdiend.

Er ligt een staat te sterven,
heel zachtjes zonder pijn,
twee volkeren zullen erven.
Ik zal op de uitvaart zijn.

Het afgelopen jaar heb ik vaak terug gedacht aan deze versregels van René de Clercq. Vandaag zou de dichter ongetwijfeld schrijven:
“Er is een staat gestorven
die ogen hebben zien ’t.”

België heeft nog wel een koning en een club die zichzelf ‘federale regering’ noemt, maar sedert meer dan een jaar wordt dit onland niet meer bestuurd. Na de verkiezingen van juni verleden jaar sleepte de politieke klasse zich van de ene crisis naar de andere interim-regering. Het regende ultimatums en stoere verklaringen die dan steevast weer ingetrokken werden. Het afgelopen jaar werden er amper wetsontwerpen bij het parlement ingediend. En dan nog ging het voornamelijk om technische ontwerpen die de Belgische wetgeving in overeenstemming moet brengen met de Europese regels.

In geen enkel politiek dossier werd er betekenisvolle vooruitgang geboekt. Over de nachtvluchten van Zaventem zwijgt men in alle talen, goed wetende dat niemand een oplossing heeft. Ondanks alle beloftes lijkt de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde verder weg dan ooit. Er is géén staatshervorming, géén vette vis in de pan en zelfs de al even legendarische borrelnootjes ontbreken. Het opstellen van de federale begroting werd een klucht. De energieprijzen swingen de pan uit en de federale regering staat erbij en kijkt er naar. Door een gebrek aan financiële middelen, maar vooral door de totale afwezigheid van enige politieke visie.
Kortom: de Belgische constructie functioneert niet meer. De vraag is niet langer óf België uit elkaar valt, maar wel wanneer.

De drie koninklijke kwakzalvers komen te laat om het lijk te reanimeren. We hebben trouwens geen boodschap aan toverdokters, we hebben nood aan een notaris om de erfenis te verdelen.

Dat hebben de Franstalige politici en opiniemakers zeer goed begrepen. In hun doen en laten bevinden zij zich reeds volop in het post-Belgiëtijdperk.
Hun doelstellingen liggen voor de hand:
Een: zo lang mogelijk de geldstroom vanuit Vlaanderen in stand houden.
Twee: zoveel mogelijk Vlaams grondgebied inlijven bij Brussel of Wallonië.
Drie: de internationale reputatie van Vlaanderen zoveel mogelijk schade toebrengen.

Op elk van deze strategische uitdagingen moet Vlaanderen een antwoord vinden. Het is op zich hoopgevend als een Vlaams partijvoorzitter verklaart dat de solidariteit met Wallonië op de helling komt te staan als verdere stappen in de staatshervorming uitblijven. Maar stoere verklaringen blijven holle woorden als ze niet gevolgd worden door daden. De Vlaamse regering moet om te beginnen de toezegging van 400 miljoen euro Vlaams geld voor de federale begroting terug intrekken. En daarmee meteen duidelijk maken dat Vlaanderen niet eeuwig blijft betalen voor Belgisch wanbestuur. Overigens, de minister-president van de Vlaamse regering heeft in die zin beloftes afgelegd. Van een ernstig politicus – en ik geef toe: ze zijn zeldzaam geworden – mag men verwachten dat hij zijn beloftes nakomt. Brussel krijgt jaarlijks een flinke dotatie om de kosten van de meertaligheid te dekken. We weten allemaal dat die meertaligheid te Brussel in de praktijk onbestaande is. Dus kan deze extra dotatie gerust afgeschaft worden en de Vlaamse politici kunnen weigeren om deze begrotingspost goed te keuren.
De Vlaamse politici zullen tot dat soort maatregelen moeten overgaan, willen ze nog ernstig genomen worden door hun Franstalige collega’s én door hun eigen kiezers.
De Franstaligen blijven ondertussen trouw aan de imperialistische ambities die ze sedert 1830 koesteren. De systematische verfransing van Vlaamse gemeenten, gevolgd door hun overheveling naar het andere taalgebied of door de installatie van een faciliteitenregime, loopt als een rode draad door de geschiedenis van dit koninkrijk.

Thans wil men in ruil voor de splitsing van B-H-V minstens een corridor die Brussel met Wallonië zou moeten verbinden. Langs Vlaamse kant wordt deze eis afgedaan als belachelijk. Laten we ons niet vergissen: langs Vlaamse kant zijn er nog altijd politici die bereid zijn om een zware prijs te betalen voor de splitsing van B-H-V. Zo hebben we het meegemaakt dat een Vlaams politicus, uitgerekend in Le Soir, kwam verklaren dat de waarborgen die de Vlamingen in het Brussels gewest thans hebben, ondemocratisch zijn en als pasmunt kunnen dienen voor een onderhandelde oplossing voor B-H-V. Dat een Vlaams politicus zich gewillig laat interviewen door de haatkrant Le Soir getuigt van weinig fatsoen en van nog minder gezond verstand. De inhoud van het interview heeft veel duidelijk gemaakt: Jean-Marie Dedecker heeft zich ontpopt als een onvervalste vertegenwoordiger van de oude Pest-Voor-Vlaanderen.
De opgeëiste corridor over Vlaams grondgebied is alles behalve lachwekkend. Als Brussel en Wallonië territoriaal met elkaar verbonden zijn, kunnen ze bij de ontbinding van België gemakkelijk één staat vormen. Dat wordt heel wat moeilijker als die verbinding er niet is. De Franstaligen zijn dus helemaal niet gek als ze die corridor opeisen. Het past perfect in hun post-Belgiëstrategie.

Die corridor zou dan moeten lopen over de Vlaamse gemeente Sint-Genesius-Rode. Sint-Genesius-Rode is het typevoorbeeld van een Vlaamse gemeente die door het Belgisch bewind bewust verfranst werd. Bij de talentelling van 1846 waren er 94 % Nederlandstaligen. In 1930: 83,71 %. Zelfs bij de zo anti-Vlaams gemanipuleerde talentelling van 1947 behield Rode een Nederlandstalige meerderheid van 73 %.
Het toenmalige studiecentrum voor de hervorming van de staat stelde voor om twee overwegend Franstalige wijken naar Nijvel over te hevelen. Wat ook gebeurde. Bij de onderhandelingen van Hertoginnedal in 1963 kregen de Franstaligen faciliteiten. De gevolgen bleven niet uit. Bij de jongste gemeenteraadsverkiezingen viel de Vlaamse lijst ‘Samen’ terug op 34,25 %. Zes jaar eerder was dat nog 39 %.

Laten we er de passende conclusies uit trekken. Het is totaal zinloos om bij de Franstaligen de vrede af te kopen door toegevingen te doen in termen van grondgebied of taalfaciliteiten. Elke Vlaamse tegemoetkoming wordt door hen gezien als een aansporing om bij een volgende gelegenheid nog meer eisen te stellen. Vlaanderen moet resoluut van strategie veranderen en in het offensief gaan. Als de Franstaligen de taalgrens in vraag stellen, dan moeten zij zeer goed weten dat het gesprek niet zal gevoerd worden over de gemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel, maar wel over Komen, Moeskroen, Vloesberg, Edingen en het land van Overmaas. Deze gebieden werden ons in de loop van de Belgische geschiedenis ontstolen, maar blijven wat ons betreft onvervreemdbaar deel uitmaken van het Vlaamse grondgebied.

De Franstaligen laten ondertussen geen gelegenheid voorbijgaan om de reputatie van Vlaanderen in het buitenland schade toe te brengen.
U kent het fenomeen: de laatste jaren wordt Vlaanderen met de regelmaat van een klok bezocht door rapporteurs van de Raad van Europa. Die leveren dan steevast een verslag af waaruit zou moeten blijken dat het met de mensenrechten – en meer bepaald met de rechten van de Franstaligen in Vlaanderen – bijzonder pover gesteld is. Vertwijfeld vraagt Vlaanderen zich af: wat doen we verkeerd? Hoe komt het dat wij een imagoprobleem hebben bij de internationale gemeenschap? Zien we hier de kwalijke gevolgen van het kwaadwillige Franstalige lobbywerk? Voor een deel wel natuurlijk. Maar er is meer aan de hand. De Vlaamse politici moeten niet dadelijk plat op de buik gaan voor die rapporten van de Raad van Europa.

  1. Er zijn heel wat bedenkingen te maken bij de samenstelling van die Raad. In de Raad van Europa zetelen onder meer Turkije, Albanië en het Rusland van Poetin. Zoals men weet zijn dat stuk voor stuk schitterende en vredelievende democratieën die veel respect hebben voor hun minderheden.
  2. Wie de rapporten van dichtbij bekijkt, merkt meteen dat ze geschreven zijn door lui die geen enkele kennis bezitten van de grondwettelijke tradities in Vlaanderen. Fundamentele rechten als godsdienstvrijheid, vrijheid van meningsuiting, politieke democratie en onafhankelijke rechtspraak, recht op vereniging en op vergadering zijn veel ouder dan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Die rechten en vrijheden zijn gegroeid uit onze tradities en wij aanvaarden principieel geen enkele norm daarboven.
    Enkel rechters die onze tradities kennen en doorleefd hebben, kunnen zich over deze kwesties uitspreken. De rapporteurs van de Raad van Europa hebben hier dus niets te zoeken.

Bedevaarders, vandaag is de Belgische impasse totaal. En daar ondervindt ook Vlaanderen de nadelige gevolgen van. Enkele jaren geleden was Vlaanderen een topregio in Europa, maar het Belgisch immobilisme zorgt ervoor dat we langzaam maar zeker afzakken naar de middenmoot. Over enkele jaren zal de kost van de vergrijzing zwaar wegen op onze economie. Vlaanderen heeft dus geen tijd te verliezen. Het zou onvergeeflijk zijn indien de Vlaamse politici werkloos bleven toekijken hoe Vlaanderen verarmt door het Belgisch wanbeleid.
Het Vlaams parlement moet zijn verantwoordelijkheid nemen en eenzijdige stappen zetten naar onze onafhankelijkheid. Deze onderneming moet degelijk worden voorbereid en een goede communicatie zowel naar de eigen bevolking als naar de internationale gemeenschap is hierbij van cruciaal belang.
Laat de boodschap voor eenieder duidelijk zijn:

  1. De keuze voor een onafhankelijk Vlaanderen is geen keuze voor een chaotisch avontuur. In Vlaanderen zijn er politieke en administratieve structuren aanwezig die een ordentelijke overgang van België naar Vlaanderen mogelijk maken. Het is niet België of de chaos: België ís juist de chaos.
  2. Het Franstalig extremisme is de oorzaak van de Belgische blokkering. De Franstaligen maken met hun waanzinnige eisen over de uitbreiding van Brussel, de inperking van de taalwet te Brussel en vooral hun niet te stoppen financiële eisen elk fatsoenlijk bestuur onmogelijk.
  3. Op geen enkele wijze kunnen de Franstaligen in de Rand rond Brussel aanspraak maken op het statuut van nationale minderheid.
  4. De bescherming van het Vlaams karakter van Vlaams-Brabant is een legitiem uitgangspunt in de politiek en kan nooit afgewogen worden aan de zogenaamde antidiscriminatiewetten en -verdragen.
  5. Het onafhankelijke Vlaanderen moet waar mogelijk met Nederland de krachten bundelen om samen in Europa en de wereld een rol van betekenis te spelen.

Bedevaarders, wij naderen snel een cruciaal moment in onze geschiedenis. De operettestaat uit 1830 heeft afgedaan en ook het tijdperk van de Belgische staatshervormingen loopt naar zijn einde. Wij roepen de Vlaamse politici dan ook op om niet langer tijd te verliezen in een zoektocht naar het onvindbare compromis met de Franstaligen. Wie zich te zeer op het zuiden van het land verkijkt raakt het noorden kwijt. Stop dus met Belgische staatshérvormingen. Het is tijd voor Vlaamse staatsvórming.
Het is tijd om nu te durven met Vlaanderen.

Toespraak gastspreker Gui Celen

Beste griezels, mentaal gehandicapten, mestkevers, fanaten van familiefeestjes zoals het Vlaams Nationaal Zangfeest, xenofoben, neonazi’s, fascisten en alle andere Vlamingen.

Ik groet u allen hartelijk en ik ga er van uit dat iedereen – op de Belgische Staatsveiligheid na – zich bij dezen aangesproken weet en zich uiteraard ook welkom voelt.

Vlamingen, bedevaarders,

het was voor mij niet moeilijk om op de vraag om hier vandaag het woord te voeren, meteen ‘ja’ te zeggen. De reden ligt voor de hand. Want voor u staat een vrij man. Een vrijgevochten Vlaming. En wat sommigen ook mogen beweren, ik kan u meteen geruststellen: ik ben niet rechts en ik ga ook niet naar rechts. Ik ben niet links en ik ga ook niet naar links. Maar ik ben wel rechttoe-rechtaan.
En ik ga gewoon rechtdoor. Voor een onafhankelijk Vlaanderen. Niet meer, maar zeker niet minder.

NU: Durven met Vlaanderen! is het verdienstelijk motto van deze plechtige wake. En dat is goed. Maar als u het mij toestaat, is dat voor mij toch net iets te braaf en vooral iets te voorzichtig. Ik zou graag een stap verder willen gaan. Anders gezegd: we moeten vandaag aan belgië en de rest van de wereld niet meer laten weten dat we nu eindelijk gaan ‘durven’ met Vlaanderen, maar we moeten vooral klaar en duidelijk zeggen ‘wat’ we nu gaan ‘doen’ met Vlaanderen. Laten we dus voortaan alleen nog spreken over ‘doen’ en over ‘daden’. Zonder aarzeling. Zonder achterhaalde belgische complexen. ‘Doen’ moet nu het motto zijn. NU! Met z’n allen samen en vóór Vlaanderen! In navolging van, en als eerbetoon aan de zovele moedigen, die ook hier, op deze plek, hun woorden in daden hebben omgezet. We zijn het hen zonder meer verschuldigd!

Beste vrienden,

we schrijven vandaag 24 augustus en als medicus kan ik Eric van Rompuy – u weet wel, de broer van – helaas niet bijtreden toen hij enige tijd geleden, René de Clercq parafraserend, onomwonden stelde dat de belgische staat ligt te sterven. Dat is pertinent onjuist! De belgische staat ligt niet te sterven. De belgische staat is dood. Morsdood. Want het moet nu toch stilaan voor iedereen duidelijk zijn dat deze on-staat alleen nog kunstmatig in leven wordt gehouden.
En zich, in de loop der jaren, op kosten van Vlaanderen, schaamteloos aan de Vlaamse economische hart- en longmachine heeft vastgeklampt. Dat heeft althans de huidige crisis nog maar eens ten overvloede aangetoond. En ik ben het dus graag eens met Yves Leterme, als hij eindelijk laat optekenen dat de limieten van het federale overlegmodel bereikt zijn. Alleen, wij wisten dat al veel langer.
Blijft de vraag, waarop hij dan nog wacht om samen met zijn kartel en met alle Vlaamse politici, de stekker uit te trekken? Of durven ze niet? Of gaan ze misschien wachten tot wanneer het te laat is en ook in Vlaanderen de stroom vanzelf uitvalt? Aan hen zeg ik daarom van op deze bij uitstek Vlaamse katheder: stop deze belgische waanzin! Want zachte heelmeesters maken alleen maar stinkende wonden. En doe gewoon wat in zo’n geval en zonder uitstel gedaan moet worden: snijden, snijden en nog eens snijden…

Vlaamse vrienden: we bevinden ons vandaag op een historisch kantelmoment.
Vandaar dat we het kaakslagflamingantisme vanaf nu voorgoed achter ons kunnen laten.
U zult mij dus ook vandaag niet horen klagen. De belgische politieke ‘surplace’ heeft zijn hoogtepunt bereikt en dat heeft zo zijn voordelen. Het Vlaams politiek bewustzijn is groter dan ooit en groeit nog naarmate de crisis aansleept. Vlaanderen radicaliseert. En terecht. Blijkens een opiniepeiling van Het Laatste Nieuws van begin juni, wil ongeveer 49% van de Vlamingen dat België barst. Nu weet ik wel dat men met opiniepeilingen altijd voorzichtig moet omspringen, maar het geeft toch een indicatie. Zeker als we er rekening mee houden dat men mijn mening niet heeft gevraagd en die van jullie waarschijnlijk ook niet.
Maar goed, dit neemt niet weg dat ik hier toch een aantal overwegingen wil maken en ook een aantal waarschuwingen wil formuleren. Waarschuwingen, voor de niet te onderschatten en perfide reanimatiepogingen van de neo-belgicistische vossen, die nu ineens, zelfs bij monde van drie koninklijke musketiers, de passie van het confederalisme gaan prediken. Wat wil zeggen vrienden, dat wij, Vlaamse boerkes, op onze ganzen moeten letten. Dat we meer dan ooit bij de les moeten blijven. Want Vlaanderen mag zich onder geen enkel beding laten opsluiten in een ‘deelstaat’ die niets anders is dan een soort ‘onderstaat’ in een opgelapte ‘bovenstaat’. Het woord ‘deelstaat’ spreekt trouwens boekdelen. De verdeeldheid zit er reeds bij voorbaat ingebakken. En we kunnen hierover dus zeer kort zijn: Vlaanderen moet uit één mond simpelweg NEEN zeggen aan dat zogezegd zaligmakend confederalisme waarin het onvermijdelijk en allicht voor nog eens 175 jaar, opnieuw onder belgische curatele wordt geplaatst. Of, om het met woorden van Johan Sanctorum te zeggen, en ik citeer: “Het confederalisme is een dode mus. Het is weinig meer dan het ultiem krimpscenario van de Belgische francofonie”. Einde citaat. Laat ons dus voortaan weigeren om nog te denken in termen van België. België is geen optie meer. België is verleden tijd. We hebben lang genoeg moeten aanzien tot welke ‘misvormingen’ en ‘verminkingen’ de opeenvolgende staatshervormingen hebben geleid. En ik zie bovendien geen enkele reden waarom dat vandaag opeens anders zou zijn. Voor ons dus geen restauratie van de bouwval België, maar de volledige afbraak! En niet tot op de grond, maar zelfs tot onder de grond. Voor ons dus zeker geen belgische borrelnootjes en ook geen vette vis in de pan. Want wij lusten geen belgische vis. Maar we willen wel de pan. Maar dan onze eigen pan. Een Vlaamse pan. Zodat we ongestoord onze eigen vis kunnen bakken. Ons eigen potje kunnen koken. Zonder tussenstappen. Nu meteen. Onverwijld. Zonder verder tijdverlies!

Want het is hoog tijd, beste vrienden, meer dan hoog tijd.
En dat kan alleen in een Vlaamse staat.
De Vlaamse staat, waarmee Vlaanderen onze vriend Luc van den Brande, de facto zal bewijzen dat “absolute statelijke soevereiniteit voor Vlaanderen” geen fictie is, maar een conditio sine qua non voor echt ‘goed bestuur’.
Want pas dan, en alleen dan zullen wij de problemen die zich vandaag stellen en die morgen op ons afkomen, het hoofd kunnen bieden.
In de Vlaamse staat, die in volle onafhankelijkheid, zonder tussenkomst van derden, rechtstreeks en volwaardig lid is van Europa, en niet verstikt wordt in het Europese Comité van de Regio’s.
In de Vlaamse staat, die in staat is om de ontgroening en de vergrijzing op afdoende wijze aan te pakken. De miljardentransfers verhinderen ons dat nu.
In de Vlaamse staat, die in staat is om een aangepast tewerkstellingsbeleid te voeren.
Die in staat is om aan een ondubbelzinnig en specifiek Vlaams asiel- en migrantenbeleid gestalte te geven.
Die in staat is om via een Vlaamse justitie, die naam waardig, opnieuw het noodzakelijke vertrouwen te herstellen.
Die in staat is om de toekomst van onze Sociale Zekerheid veilig te stellen en verder uit te bouwen.
Die in staat is om, bevrijd van eindeloos en verlammend communautair gekibbel, de alledaagse problemen van zijn burgers, daadwerkelijk op te lossen.
Kortom, een staat die vooral en van harte, een vaderland kan zijn voor al zijn kinderen. Zonder uitsluitingen, zonder schutkringen of cordons, zonder blasfemisch taalgebruik…

En wat dan met de zogeheten ‘solidariteit’ hoor ik u luidop denken?
Wel, wat dat betreft kunnen we kort en duidelijk zijn.
In normale omstandigheden krijgt Wallonië zonder meer het statuut van ‘bevoorrechte natie’. Want Vlaanderen heeft er alle belang bij dat ook Wallonië welvarend is. En daarom zijn we ook bereid om, zonder enige vorm van misplaatst paternalisme, Wallonië nog een tijd lang in zijn economische heropstanding te blijven ondersteunen. Maar er zijn voorwaarden. En daarvoor verwijs ik graag naar de basisvoorwaarden, zoals uitvoerig gepreciseerd door mijn vriend, professor Eric Ponette. Basisvoorwaarden, waarin vrijwilligheid en democratische inspraak, transparantie, eigen verantwoordelijkheid, omkeerbaarheid en respect vanwege de ontvanger, dé sleutelwoorden zijn.
Respect betekent:
– Pas de taalwetgeving toe in Brussel
– Stop uw Frans taalimperialisme
– Stop met jullie pogingen om aan gebiedsuitbreiding te doen
– Stop met jullie pogingen om de Vlaamse Staat te boycotten!
– Spuw niet in de hand van de gever!

En denk eraan: geen solidariteit zonder soevereiniteit! Dit zijn niet mijn woorden, maar die van professor Ludo Abicht.

Vlaamse vrienden, bedevaarders,

Tijd om af te ronden met een aantal overwegingen.

Graag zou ik bij dezen onze Vlaamse politici willen verwijzen naar een recent interview in Knack met Vaclav Klaus, de huidige president van Tsjechië, die mee aan de basis lag van de fluwelen scheiding van Tsjechië en Slowakije. Een interview, waarin hij nadrukkelijk zegt dat hij het niet zou aandurven om contact op te nemen met belgische politici. En dat is begrijpelijk. Maar misschien moeten we de rollen dan maar gewoon omdraaien, en moeten onze Vlaamse politici naar hem toe gaan voor een uitgebreide babbel. Want zijn aanbeveling is duidelijk: volg snel ons voorbeeld, zegt hij, gevolgd door een veelbetekenend: het is óf, óf. Niet twijfelen dus, maar doen.

En, verwijzend naar de altijd nederige Herman van Rompuy die van zichzelf zegt dat hij de beste eerste minister is die het land nooit heeft gehad, zou ik aan Yves Leterme willen zeggen dat hij, als hij zo doorgaat, de vaderlandse geschiedenis zal ingaan als de beste eerste minister die nooit het land heeft gehad. Aan hem dus nog altijd de keuze.

Tot slot zou ik nog kort willen antwoorden op de laatste 21 julitoespraak van de koning. Met een aangepaste versie van het verzoek, dat Anton Aldi jaren geleden reeds op een IJzerbedevaart heeft geformuleerd – toen mocht dat nog –, met de woorden: Sire, zwijg nu voorgoed. En abdiceer. En treed – nu het nog kan – tenminste af met eer. En werp uw kroon naar Borms!

Ik heb gezegd.

Fotoverslag
Terug naar overzichtspagina Geschiedenis van de IJzerwake